De uitnodiger (naar Allah) dient prioriteiten te stellen

Shaych Saalih al-Fawzaan (حفظه الله) zegt het volgende:

“…Tevens van de methodologie van het uitnodigen naar Allah is het stellen van prioriteiten. Daarmee bedoelende, een persoon start eerst met de meest belangrijke zaken, zoals dit ook de uitnodiging van de Boodschappers (عليهم الصلاة والسلام) was.

De Boodschappers begonnen eerst met het corrigeren van de geloofsovertuigingen, want dat is het fundament. Als dan eenmaal de geloofsovertuigingen gecorrigeerd waren dan keerden zij zich naar het corrigeren van andere zaken. (Dan) keerden zij naar het corrigeren van sociale omgang, manieren en normen en waarden.

Wat het corrigeren van deze zaken betreft voordat men het geloof corrigeert, dan is het niet mogelijk dat de uitnodiging succesvol is. Want het is niet gebouwd op een correct fundament. Alles dat gebouwd is zonder een fundament zal instorten. Vanwege deze reden is het startpunt van de uitnodiging van alle Boodschappers (عليهم الصلاة والسلام) het corrigeren van het geloof.

Het eerste dat iedere Boodschapper tegen zijn volk zei was:

En aanbid Allah, en plaats geen deelgenoten naast Hem." [Soerah An-Nisaa (4): 36]

Precies zoals Noeh, Hoed, Saalih, Shoe'aib en Iebrahiem (عليهم الصلاة والسلام) ook zeiden. Ook zoals onze Profeet Mohammed (صلى الله عليه و سلم) zei terwijl hij dertien jaar lang in Mekka verbleef, de mensen opdroeg hun geloofsovertuiging te corrigeren door Allah in Zijn Eenheid te aanbidden zonder deelgenoten en door het verlaten van de aanbidding van afgoden, bomen en stenen.

Wanneer het geloof vervolgens gegrondvest was, werd de rest van de islamitische wetgeving geopenbaard. Het gebed, zakaat (verplichte liefdadigheid), vasten (tijdens de maand Ramadan) en Hadj, werden allemaal verplicht. De Islamitische geboden werden verplicht nadat het geloof gegrondvest en werkelijk oprecht was.

Toen de Profeet (صلى الله عليه و سلم) mensen stuurde voor da'wah, beval hij hen om te beginnen met het corrigeren van het geloof van de mensen. Zodanig dat toen hij Moe'aadh ibn Djabal (رضي الله عنه) naar Jemen stuurde, zei hij (صلى الله عليه و سلم) tegen hem:

“U gaat naar een volk van de Mensen van het Boek (Ahloel-Kitaab )de Joden en de Christenen(). Dus laat het eerste waar u hen tot uitnodigt de getuigenis zijn (dat er niets en niemand waardig is aanbeden te worden behalve Allah). Als zij dat van u accepteren, informeer hen dan dat Allah hen de vijf dagelijkse gebeden verplicht heeft gesteld in een dag en een nacht. Als zij dat van u accepteren, informeer hen dan dat Allah hen een liefdadigheid (zakaat) verplicht heeft gesteld dat van de rijken wordt genomen en aan de armen gegeven wordt (de verplichte liefdadigheid).”[1]

Kijk hoe hij (صلى الله عليه و سلم), Moe'aadh beval om met het geloof te beginnen en als zij dit accepteren en Allah uitzonderen in aanbidding, om hen (vervolgens) het gebed op te dragen. De reden hiervoor is dat gebed niet correct is behalve wanneer het geloof eerst correct is. Als zij de uitnodiging naar Allah accepteren en het gebed tot stand brengen, dan zou hij hen op moeten dragen om de liefdadigheid te betalen. Want liefdadigheid (zakaat) is niet correct totdat de geloofsovertuiging gecorrigeerd is en het gebed tot stand wordt gebracht. Op deze manier is de religie gebouwd op het fundament van Tauwhied (Eenheid van Allah) en het aanbidden van Allah.

Deswege moeten de uitnodigers zichzelf met deze zaak bezig houden, het corrigeren van de geloofsovertuiging van de mensen. Zo ook door de ongelovigen uit te nodigen om de islam binnen te treden met de getuigenis (dat er niets en niemand waardig is aanbeden te worden behalve Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is). En tevens door het uitnodigen van degenen die zichzelf aan de Islam toeschrijven maar fouten in hun geloofovertuiging hebben, om hun geloof te corrigeren. Het is niet voldoende voor een persoon zichzelf toe te schrijven aan de islam en toch een defect geloof te hebben.

Islam zal nooit verwezenlijkt worden behalve wanneer het geloof gecorrigeerd wordt. Want de uitnodiging naar Islam, met afgedwaald geloof, zal voor zijn volgeling niet toereikend zijn, noch hem in enig opzicht baten...”

Bron: Sifaat ad-Daa'iyah an-Naadjih.  Nagekeken vanuit het Arabisch: AhloelHadieth Beheer.

 


[1] Sahieh Al-Boechaarie 5/109, overgeleverd door ‘Abdoellaah bin Abbaas (رضي الله عنه)