Degene die een moslim ergens van beschuldigt om hem zwart te maken

Shaykh Salih b. Fawzan zegt als uitleg op de volgende overlevering:

En in abie Dawoed (in zijn soennan)[1] op gezag van Moe`aadh (رضي الله عنه) in marfoe` vorm:

‟Degene die een gelovige beschermt tegen een hypocriet (d.w.z. een roddelaar) die hem schaadt, Allah zal (daarvoor) op de dag des oordeels een engel sturen die zijn vlees zal beschermen tegen het hellevuur. En degene die een moslim ergens van beschuldigt om hem zwart te maken, Allah zal hem tegenhouden op de brug die over het hellevuur loopt totdat er een uitweg[2] komt van hetgeen hij gezegd heeft!”

Deze overlevering bezit twee zaken.[3]

De eerste zaak: dat het een plicht is voor de moslim om zich te haasten in het beschermen van zijn broeder tegen degene die over hem roddelt. Hij verdedigt hem tegen datgene wat de roddelaar over hem zegt.

Het is dus voor een moslim niet toegestaan om zijn broeder te veroordelen en hem als minder te beschouwen. Echter dient hij de status van (zijn broeder) te verheffen en hem te prijzen. Hij dient hem niet zwart te maken.

Als hij dit toch doet en zijn broeder zwart maakt dan is zijn bestraffing dat Allah hem tegen zal houden op de brug van het hellevuur totdat er een uitweg komt van hetgeen hij gezegd heeft.

Want op de dag des oordeels wordt een brug overeind gezet. Dit is een brug die geplaatst wordt over het hellevuur om de mensen te onderscheiden naar gelang hun daden.

Dus wanneer de moslims eroverheen passeren dan worden zij weerhouden om het paradijs binnen te treden, zodat ze stil zullen staan op de brug en (onenigheden) onderling vergeld worden. Wanneer zij dan gezuiverd en gereinigd zijn, krijgen zij toestemming om het paradijs binnen te treden. Want het paradijs is goed en alleen de goede zullen het binnentreden.

Het verlagen van de status van de moslims, het minachten en kleineren van hen is een ernstige zaak zoals deze overlevering aantoont. Vooral hetgeen wat velen doen om mensen weg te jagen van een persoon. Zij betichten hem in zijn betrouwbaarheid en kennis. Zij staan dit toe en zeggen dat dit valt onder het verbieden van het slechte.

Soebhannallah! Dit is juist het slechte (moenkar)! Want hetgeen jij over je broeder gezegd hebt is roddel en roddel is van de ergste moenkar! En het slechte (moenkar) wordt niet verholpen met datgene wat nog slechter is.

Het is dus een plicht voor de moslim om dit soort zaken te weten en op te passen voor zijn tong. Allah (تعالى) zegt:

‟Hij uit geen woord of er is een bewaker bij hem, die klaar staat (om het op te schrijven).” [Qaaf(50):18]

En de profeet (صلى الله عليه و سلم) zegt in een overlevering:

‟En is er iets anders wat de mensen in het hellevuur zal gooien op hun neuzen behalve wat hun tongen geoogst hebben?”[4]

De woorden die een persoon uit worden opgeslagen en geregistreerd. Degene die onrecht is aangedaan (door deze woorden) zal dan zijn recht krijgen.

Een dienaar dient dus voor zijn tong op te passen. Want hij kan hierdoor zijn hasanaat (beloningen) kwijtraken. Vooral als hij zijn tong gebruikt om beledigende en vuile woorden te uiten. En van de meest vuile gepraat, dat is roddel en laster waar (vandaag de dag) vele mensen gemakzuchtig mee omgaan.

Bron: uitleg van Kitaab al-Kabaa`ier van Shaych Mohammed ibn `Abdoel-Wahhaab, blz 524.

[1] Zie aboe Dawoed nr. 4883.

[2] Voetnoot vertaler: de bedoeling hier is, totdat hij gereinigd wordt van zijn zonde door de tevredenheid van zijn aanklager of door bemiddeling (shafaa`a) of door een bestraffing naar gelang de zonde.

[3] Voetnoot vertaler: alhoewel de Shaych hier aangeeft dat het om twee zaken gaat wordt er maar één genoemd. Wellicht dat de Shaych als tweede zaak doelt op de paragraaf erna dat begint met: ‟Het is dus voor een moslim niet toegestaan om zijn broeder te veroordelen en hem als minder te beschouwen.” En Allah weet het beter.

[4] Overgeleverd door Ahmed (22016), at-Tirmidhie (2616) en ibn Maadjah (3973).