Een blinde (persoon) de verkeerde kant op sturen

Shaykh Salih b. Fawzan zegt als uitleg op de volgende overlevering:

Op gezag van abie Hoerayrah (رضي الله عنه), dat de profeet (صلى الله عليه و سلم) degene vervloekt heeft die een blinde de verkeerde kant op stuurt![1]

De islamitische wetgeving spoort aan om de zwakkeren vriendelijk te behandelen, hen bij te staan en om bezorgd te zijn over hen.

Een van deze, dat is de blinde persoon die de weg niet ziet.

De verplichting is om hem wegwijs te maken en hem te weerhouden van datgene wat zich voor hem bevindt aan gevaren. Want hij ziet niets!

Allah heeft jou begunstigd met dit zintuig. En de oorsprong is dat je dit (zintuig) gebruikt om Allah tevreden te stellen door anderen ermee van profijt te laten zijn.

Vooral omdat er in deze overlevering een vloek rust op degene die een blind persoon de verkeerde kant op stuurt. Of dit nu opzettelijk gebeurt of als grap zijnde!

Degene die dit doet heeft een grote zonde van de grote zonden begaan!

Bron: uitleg van Kitaab al-Kabaa`ier van Shaych Mohammed ibn `Abdoel-Wahhaab, blz 523.

[1] Overgeleverd door Ahmed (2816) en ibn Hibbaan in zijn sahieh (4417).