Het gedenken van de dood

Shaykh Salih b. Fawzan zei het volgende:

Het is gewenst voor de moslim om de dood te gedenken, want de profeet (صلى الله عليه و سلم) spoorde het aan om de dood te gedenken[1] en in het vermeerderen in het gedenken van de dood. Dit zodat men zich erop voorbereidt zonder onachtzaam te worden met betrekking tot zichzelf en het hiernamaals.

Hij dient de dood dus altijd te gedenken. En hij dient zichzelf tegen te houden in het verrichten van zonden. En hij dient zijn ziel te dwingen in het gehoorzamen van Allah
(عز و جل) en zichzelf voor te bereiden op de dood.

Echter wanneer hij onachtzaam wordt met betrekking tot de dood, dan zal hij zijn ziel uitstel geven met als gevolg dat zijn ziel door zal gaan met het verrichten van zonden en het uitstellen van vragen om vergeving. En wanneer hij in zonden vervalt geeft hij zijn ziel speling, zonder te haasten in het vragen van vergeving waardoor hij vergeet dat de dood dichtbij is en zijn dagen beperkt zijn. En wanneer de dood komt is hij niet meer in staat om vergeving te vragen.

Vanwege het bovengenoemde is het een verplichting voor de moslim om zichzelf altijd voor te bereiden, zonder het gedenken van de dood te vergeten en hierin onachtzaam te worden. Wetende dat de dood op ieder moment en tijdstip kan komen, zodat hij vermeerdert in het verrichten van goede (vrome) daden en zodat hij vergeving vraagt voor zijn zonden.

Bron: gedeelte uit de uitleg van Zaad al-Moestaqni` blz. 152

[1] Overgeleverd door Ahmed (2/292), at-Tirmidhie nr. 2307, an-Nasaa`ie (4/4) en ibn Maadjah (4258) vanuit de overlevering van abie Hoerayrah (رضي الله عنه) met de uitdrukking: “vermeerder in het gedenken van de vernietiger van genot (i.e. de dood).”